|
De Fell pony is van oudsher al een zeer veelzijdige pony geweest en is dat
nu nog. De Fell pony kan zowel onder het zadel als aangespannen worden
gebruikt. Fell pony's zijn echter geen miniatuur uitvoering van het Friesche
paard, het blijven Fell pony's; eigenzinnig, individueel en onvergelijkbaar
met andere rassen. Het karakter van de Fell pony is rustig, lief,
betrouwbaar en intelligent en mede daardoor een veelzijdige gezinspony.
werkdieren met allround
talent. Ze trokken ploegen en turfkarren, fungeerden als pakpony's,
werkten in mijnen en droegen de vracht van de mijnen naar de zeehaven, op de
zondagen trokken ze een lichte wagen in vlotte draf naar de kerk en ook
onder de man sloegen ze geen gek figuur. In de fokkerij werd er voornamelijk
geselecteerd op gezondheid, prestatie, omgangsvormen, moed en
werkwilligheid. Pas in 1898 werd een stamboek opgericht. Kenners gaan er van
uit dat de Fell Pony een van de oudste en zuiverste bewaarde rassen van
Engeland is.
Ondanks dat komen er
verschillende typen binnen het ras voor zodat het niet eenvoudig is het
exterieur treffend te omschrijven. De stokmaat kan zelfs variëren van 1.30 m.
tot 1.42 m. en vaak hoger. Het ras heeft een brede sterke rug, dSinds
honderden jaren leven Fell Pony's al in het halfwild in grote kuddes in de
heuvels van Cumbria en Westmoreland (Noord Engelse Fells) aan de grens met
Schotland en dienden de inheemse boeren als betrouwbare, robuuste, iepe
borst en een korte croup. Opvallend is de vaak voorkomende zwarte en
donkerbruine kleur met weinig aftekeningen maar ook vos en grijs komt
meermaals voor. De manen en staart zijn dicht en lang met veel haar aan de
benen. Lichtere hoogbenige typen wisselen af met uitgesproken
koudbloedachtige typen. Vermoedelijk veel met elkaar verwante rassen leven
van Noorwegen tot Portugal, in een lijn langs de Atlantische kust. Tot deze
rassen behoren o.a. de Noorse Döle-paarden, de Dales, Fell Ponies, het
Friesche paard, Landais, de Mérens in Frankrijk en de Pottok, Asturcon,
Garron en Losino in Spanje en Portugal. De enige uitzondering is de
Italiaanse Bardigiano. Die past ook qua type exact in deze groep, maar is de
enigste die niet in in de lijn van de Atlantische Kuststreek valt.
Bij al deze bovengenoemde rassen hebben we
hoogstwaarschijnlijk met zeer oorspronkelijk gebleven pony's te doen. Welke
in relatief ontoegankelijke gebieden, misschien ooit eens gemeenzaam in de
dichte oerwouden van West Europa, geleefd hebben. Een omgeving die de
donkere kleur als ideale schutskleur in het donkere woud zou kunnen
verklaren. Misschien dat ooit genetisch de uiteindelijke werkelijke
verbondenheid kan onthullen.
Sinds honderden jaren leven Fell Pony's al in
het halfwild in grote kuddes in de heuvels van Cumbria en Westmoreland
(Noord Engelse Fells) aan de grens met Schotland en dienden de inheemse
boeren als betrouwbare, robuuste, werkdieren met allround talent. Ze trokken
ploegen en turfkarren, fungeerden als pakpony's, werkten in mijnen en
droegen de vracht van de mijnen naar de zeehaven, op de zondagen trokken ze
een lichte wagen in vlotte draf naar de kerk en ook onder de man sloegen ze
geen gek figuur. In de fokkerij werd er voornamelijk geselecteerd op
gezondheid, prestatie, omgangsvormen, moed en werkwilligheid. Pas in 1898
werd een stamboek opgericht. Kenners gaan er van uit dat de Fell Pony een
van de oudste en zuiverste bewaarde rassen van Engeland is.
Ondanks dat komen er verschillende typen
binnen het ras voor zodat het niet eenvoudig is het exterieur treffend te
omschrijven. De stokmaat kan zelfs variëren van 1.30 m. tot 1.42 m. en vaak
hoger. Het ras heeft een brede sterke rug, diepe borst en een korte croup.
Opvallend is de vaak voorkomende zwarte en donkerbruine kleur met weinig
aftekeningen maar ook vos en grijs komt meermaals voor. De manen en staart
zijn dicht en lang met veel haar aan de benen. Lichtere hoogbenige typen
wisselen af met uitgesproken koudbloedachtige typen. Vermoedelijk veel met
elkaar verwante rassen leven van Noorwegen tot Portugal, in een lijn langs
de Atlantische kust. Tot deze rassen behoren o.a. de Noorse Döle-paarden, de
Dales, Fell Ponies, het Friesche paard, Landais, de Mérens in Frankrijk en
de Pottok, Asturcon, Garron en Losino in Spanje en Portugal. De enige
uitzondering is de Italiaanse Bardigiano. Die past ook qua type exact in
deze groep, maar is de enigste die niet in in de lijn van de Atlantische
Kuststreek valt.
Bij al deze bovengenoemde rassen hebben we
hoogstwaarschijnlijk met zeer oorspronkelijk gebleven pony's te doen. Welke
in relatief ontoegankelijke gebieden, misschien ooit eens gemeenzaam in de
dichte oerwouden van West Europa, geleefd hebben. Een omgeving die de
donkere kleur als ideale schutskleur in het donkere woud zou kunnen
verklaren. Misschien dat ooit genetisch de uiteindelijke werkelijke
verbondenheid kan onthullen.
|
foto: Fell Pony Stud
foto: fell
pony
foto: fell
pony
foto:
fell pony
Na de 2e wereldoorlog nam het aantal Fell Pony's drastisch af omdat er door
de mechanisatie geen werkdieren meer gebruikt werden. Pas met de opkomst van
de rij- en mensport ontdekte men opnieuw de voordelen van de Fell Pony.
Uithoudingsvermogen over lange afstand, ongecompliceerdheid, robuustheid, en
makkelijk in de omgang. Ze zijn misschien niet de aller snelste, maar
buitengewoon geschikt voor vrijetijdsritten, mensport (Prins Philip rijdt
met een 4-span), dressuur en ook voor therapeutisch rijden.
Rasbeschrijving
Hoogte: Maximaal 142.2 cm
Kleur: Zwart, bruin, vos en grijs. Bij voorkeur geen wit, ofschoon een
kolletje en/of een minimaal wit op of onder de sok van de achtervoet is
toegestaan. Fell pony's met teveel wit kunnen wel opgenomen worden in het
register-veulenboek en register.
Hoofd: klein, scherp getekend, goede houding, breed voorhoofd, taps
toelopend naar de neus.
Neusvleugels: groot en open.
Ogen: opvallend, helder, zachtaardig en intelligent.
Oren: klein, goedgeplaatst en goedgevormd.
Keel en kaken: fijn en scherp, niet inferieur tonend, ruim en niet te zwaar.
Hals: geproportioneerde lengte, flexibel, sterk en niet te zwaar, matig
gebogen in geval van een hengst.
Schouders: goede ligging naar achter en schuin aflopend, niet te fijn bij de
schoft, noch te zwaar aan de uiteinden, een goed en lang schouderblad, goed
ontwikkelde spieren.
Romp: goede sterke rug met contour, gespierde lendenen, diepe romp, brede
borst, rond geribd van schouders tot flanken, kort en goed aangesloten,
sterke vierkante achterhand met een goede staart inplant.
Hoeven, benen en gewrichten: hoeven van goede afmeting, rond en goed
gevormd, open bij de hiel met karakteristiek blauwe hoorn, niet lang
aflopend kootbeen, voorbenen moeten recht zijn, goed geplaatst niet te strak
bij de ellebogen, grote goed gevormde knieën, korte pijp, voldoende lengte
en plat bot onder de knie, minstens 20 cm (8 inches), zeer goed gespierd.
Achterbenen: goed ontwikkelde dijen en bovenbenen, goed gespierd, goed
scherp gesneden spronggewricht, veel been onder het gewricht, spronggewricht
mag niet sikkelvormig of koehakkig zijn.
Manen, staart en behang: veel fijn haar op de hielen (grof haar is niet
toegestaan), het fijne haar, met uitzondering van de hiel, mag zomers
verwijderd worden. Manen en staart mogen niet geknipt worden.
Bewegingen: stap, welbewust en fier, draf goed gebalanceerd met goede actie
van knie en sponggewricht, goede beweging vanuit de schouder en goede
buiging van het spronggewricht, niet te ruim en niet te kort; moet een goede
gang en uithoudingsvermogen tonen, waarbij de achterhand goed onder het
lichaam wordt gebracht.
Algemene eigenschappen: de Fell Pony moet hard van constitutie zijn, goede
pony eigenschappen tonen met de onmiskenbare verschijnselen van hardheid zo
speciaal voor bergpony's en tezelfdertijd een levendige, alerte verschijning
hebben met een goede botten structuur.
Het gebruik
De Fell pony is van oudsher al een zeer veelzijdige pony geweest en is dat
nu nog. De Fell pony kan zowel onder het zadel als aangespannen worden
gebruikt. Fell pony's zijn echter geen miniatuur uitvoering van het Friesche
paard, het blijven Fell pony's; eigenzinnig, individueel en onvergelijkbaar
met andere rassen. Het karakter van de Fell pony is rustig, lief,
betrouwbaar en intelligent en mede daardoor een veelzijdige gezinspony.
De Fokkerij
Een van de bekendste fokkerijen was de beroemde Heltondale kudde van fokker
Sarge Noble. Wegens ouderdom moest deze fokker gedwongen zijn uit meer dan
100 pony's bestaande kudde via een veiling verkopen. Veel oude Engelse
fokkers die meer dan honderden jaren Fell pony's fokten en hun kennis van
vader op zoon doorgaven sterven nu uit. Er voor in de plaats komen soms
jongere generaties fokkers voor wie de Fell pony niets meer is dan een
middel om geld te verdienen. Dat betekend helaas dat de fokkerij gevaar
loopt, zich meer en meer naar de vraag van de koper gaat oriënteren. De
koper die meer naar het uitzien vraagt als naar de "ware waarden" van een
Fell pony.
In Nederland zijn nu ongeveer 350 Fell Pony's, in Duitsland 200 tegen maar
35 in Zwitserland. Voor geďnteresseerde kopers is het echter nog steeds heel
moeilijk om aan een goede pony te komen.
De eerste Fell pony's werden in 1993 geďmporteerd naar Nederland. De
vereniging Het Nederlands Fell Pony Stamboek is opgericht in februari 1995
en in januari 1997 erkend als stamboek. Stamboek (NFPS)
Na de 2e wereldoorlog nam het aantal Fell Pony's drastisch af omdat er door
de mechanisatie geen werkdieren meer gebruikt werden. Pas met de opkomst van
de rij- en mensport ontdekte men opnieuw de voordelen van de Fell Pony.
Uithoudingsvermogen over lange afstand, ongecompliceerdheid, robuustheid, en
makkelijk in de omgang. Ze zijn misschien niet de aller snelste, maar
buitengewoon geschikt voor vrijetijdsritten, mensport (Prins Philip rijdt
met een 4-span), dressuur en ook voor therapeutisch rijden.
Hengst houdt de wacht
bij de Drybarrows Kudde
foto: fell pony
Rasbeschrijving
Hoogte: Maximaal 142.2 cm
Kleur: Zwart, bruin, vos en grijs. Bij voorkeur geen wit, ofschoon een
kolletje en/of een minimaal wit op of onder de sok van de achtervoet is
toegestaan. Fell pony's met teveel wit kunnen wel opgenomen worden in het
register-veulenboek en register.
Hoofd: klein, scherp getekend, goede houding, breed voorhoofd, taps
toelopend naar de neus.
Neusvleugels: groot en open.
Ogen: opvallend, helder, zachtaardig en intelligent.
Oren: klein, goedgeplaatst en goedgevormd.
Keel en kaken: fijn en scherp, niet inferieur tonend, ruim en niet te zwaar.
Hals: geproportioneerde lengte, flexibel, sterk en niet te zwaar, matig
gebogen in geval van een hengst.
Schouders: goede ligging naar achter en schuin aflopend, niet te fijn bij de
schoft, noch te zwaar aan de uiteinden, een goed en lang schouderblad, goed
ontwikkelde spieren.
Romp: goede sterke rug met contour, gespierde lendenen, diepe romp, brede
borst, rond geribd van schouders tot flanken, kort en goed aangesloten,
sterke vierkante achterhand met een goede staart inplant.
Hoeven, benen en gewrichten: hoeven van goede afmeting, rond en goed
gevormd, open bij de hiel met karakteristiek blauwe hoorn, niet lang
aflopend kootbeen, voorbenen moeten recht zijn, goed geplaatst niet te strak
bij de ellebogen, grote goed gevormde knieën, korte pijp, voldoende lengte
en plat bot onder de knie, minstens 20 cm (8 inches), zeer goed gespierd.
Achterbenen: goed ontwikkelde dijen en bovenbenen, goed gespierd, goed
scherp gesneden spronggewricht, veel been onder het gewricht, spronggewricht
mag niet sikkelvormig of koehakkig zijn.
Manen, staart en behang: veel fijn haar op de hielen (grof haar is niet
toegestaan), het fijne haar, met uitzondering van de hiel, mag zomers
verwijderd worden. Manen en staart mogen niet geknipt worden.
Bewegingen: stap, welbewust en fier, draf goed gebalanceerd met goede actie
van knie en sponggewricht, goede beweging vanuit de schouder en goede
buiging van het spronggewricht, niet te ruim en niet te kort; moet een goede
gang en uithoudingsvermogen tonen, waarbij de achterhand goed onder het
lichaam wordt gebracht.
Algemene eigenschappen: de Fell Pony moet hard van constitutie zijn, goede
pony eigenschappen tonen met de onmiskenbare verschijnselen van hardheid zo
speciaal voor bergpony's en tezelfdertijd een levendige, alerte verschijning
hebben met een goede botten structuur.
Het gebruik
De Fell pony is van oudsher al een zeer veelzijdige pony geweest en is dat
nu nog. De Fell pony kan zowel onder het zadel als aangespannen worden
gebruikt. Fell pony's zijn echter geen miniatuur uitvoering van het Friesche
paard, het blijven Fell pony's; eigenzinnig, individueel en onvergelijkbaar
met andere rassen. Het karakter van de Fell pony is rustig, lief,
betrouwbaar en intelligent en mede daardoor een veelzijdige gezinspony.
De Fokkerij
/ fell breeding
Een van de bekendste fokkerijen was de beroemde Heltondale kudde van fokker
Sarge Noble. Wegens ouderdom moest deze fokker gedwongen zijn uit meer dan
100 pony's bestaande kudde via een veiling verkopen. Veel oude Engelse
fokkers die meer dan honderden jaren Fell pony's fokten en hun kennis van
vader op zoon doorgaven sterven nu uit. Er voor in de plaats komen soms
jongere generaties fokkers voor wie de Fell pony niets meer is dan een
middel om geld te verdienen. Dat betekend helaas dat de fokkerij gevaar
loopt, zich meer en meer naar de vraag van de koper gaat oriënteren. De
koper die meer naar het uitzien vraagt als naar de "ware waarden" van een
Fell pony.
In Nederland zijn nu ongeveer 350 Fell Pony's, in Duitsland 200 tegen maar
35 in Zwitserland. Voor geďnteresseerde kopers is het echter nog steeds heel
moeilijk om aan een goede pony te komen.
De eerste Fell pony's werden in 1993 geďmporteerd naar Nederland. De
vereniging Het Nederlands Fell Pony Stamboek is opgericht in februari 1995
en in januari 1997 erkend als stamboek. Stamboek (NFPS)
Heltondale Lucy X met haar veulen Sarge in Cumbria.
foto: fell poy
|
The
Wild European pony migrated to the British Isle approx 15,000 B.C. One type
predominated in northern England, and can be credited as the progenitor of
the Fell Pony. When crop farming and animal husbandry replaced hunting, wild
ponies were drastically reduced to conserve available pasture. In northern
England ponies became almost extinct in some parts and those that remained
existed in small pockets which encouraged inbreeding and so led to regional
characteristics. By the time the Romans were well established in the North
there must have been a definite type of dark coloured pony, standing perhaps
just over 13hh, bred within the local catchment area of Hadrian's Roman Wall.
Bred from Fresian stallions and indigenous pony mares the resulting progeny
inherited the strength and quiet nature of the Friesian along with the
hardiness, thriftiness and pony character of the north country ponies. Most
of the ponies were black, dark brown or bay, white markings were very rare,
and as the size of the pony was governed by the quality of grazing, it is
unlikely that ponies exceeding 13hh could have survived on the northern
moorland.
The early Fell Pony type of animal made an ideal Fell
Pony, it was strong and sure-footed, placid in nature and not too big to
make loading and unloading difficult while being up to the weight of a full
load.
Unlike
the small native ponies of pre-Roman times, the improved Fell type was large
enough for a man to ride and was recognised as a dual-purpose breed.
The Vikings used the ponies for ploughing and sledge
pulling, the Normans for shepherding, by the thirteenth century there was a
brisk trade in wool to Belgium, and local ponies were used to transport
merchandise around the country, old packways can still be seen today.
The advent of the Industrial Revolution was a
comparatively rapid innovation but one that, directly or otherwise, affected
the whole country. Its initial effect on the Fell Pony came by way of
iron-ore mines situated in the north-west of England. Once excavated the ore
had to be transported across country to the smelting works of the north-east
coast, and because of the uneven topography of the country and complete lack
of suitable roads and canals, other feasible methods of transport had to be
found. The coming of the railways meant redundancy for many of the pony
teams and their dependant tradesmen, within an incredibly short period of
time hundreds of ponies disappeared, many being sold abroad for slaughter.
Fortunately the Fell Pony was still surviving in it's native Lakeland home,
and despite it's dramatic rise and fall at the hands of the industrialists,
as a breed it was quite unchanged, for the disbanding of pony teams had not
affected the true pony breeding stock at home on the Cumbrian hills.
The
affluent 1950's saw the beginnings of the popularity of riding for pleasure,
a pursuit that has gained momentum ever since and in its wake guaranteed the
future of many native breeds. The number of ponies being registered with the
Fell Pony Society has risen gradually ever since.
Reference: Clive Richardson, The Fell Pony, J.A.
Allen & Company Limited, London, 1990
See the Fell Pony
Breed Standard
The Fell Pony Today
There is a demand for an all-round family pony capable of
carrying all members of the family and versatile enough to fulfil a wide
variety of jobs previously done by two or three more specialised animals. In
this capacity the Fell Pony is ideal being well up to the weight of a heavy
adult, yet quiet enough and not too big for a child. In many respects the
present day family Fell Pony is mainly continuing to apply to modern demands,
the same adaptability which endeared it to the Lakeland farmers of
approximately a hundred years ago.
As a hack and general riding pony, the Fell's fast walk
and easy paces make it a pleasant and comfortable ride, and its sure
footedness ensures a safe passage over the roughest country. It is possible
to ride a Fell Pony through places where other lighter bred ponies would
come to grief and Fells seem to have a sixth sense which alerts them to
possible danger, they seem to know which is the soundest track through soft
marshy ground or the safest descent of a rocky hillside.
To
test these qualities The Fell Pony Society holds an annual performance trial
where the course comprises a varied range of difficult terrain including
steep and twisting hills, boggy ground, a watercrossing and several natural
hazards such as fallen logs and the like. Fell Ponies are generally
creditable jumpers, particularly across country, being both agile and very
clever on their feet, which is a valuable asset when jumping "blind" when
out hunting. Although most lack the scope to make top class jumping ponies,
their abilities are well up to local shows or Pony Club events where many
prove their worth.
The
rediscovery of Driving as a recreational sport has given the Fell Pony the
means of continuing in a job which it has traditionally done for centuries.
They are well suited to this work, having great stamina. The fact that the
Fell Ponies breed very true to type makes it very easy to find matched pairs
than is the case with many of the other breeds. Their main limitation in
competitive work is their lack of speed, but their tireless energy
compensates amply and several acquit themselves well in combined driving
events. A few Fell Ponies are still used in Scotland carrying the stags and
grouse panniers down from the moors. Some of HM The Queen's ponies are
sometimes used for this purpose at Balmoral while others are used for both
riding and driving by the Royal Family. Large numbers of Fell Ponies are
used in riding and trekking stables throughout the country because of their
docile temperaments and useful size. The Riding for the Disabled movement
employs a number as mounts for both disabled children and adults.
All these attributes make the Fell Pony an Ideal Family
Pony.
Ref: The History of the Fell Pony & The Modern Fell Pony -
Fell Pony 2000
|
|

|
| Fell
Pony Society Deutschland e.V.
Die Interessengemeinschaft Fell Pony Society
Deutschland wurde am 14. Oktober 1995 als Vertretung und
Tochterverband der Britischen Fell Pony Society in Schönecken
gegründet. Zweck des Vereins ist die Pflege und Förderung der
Rasse Fell Pony in den
Bereichen Zucht, Sport und Freizeit.
Seine Ziele sind es, sich für den Erhalt des Fell Ponys und die
Bewahrung des ursprünglichen Charakters dieser Rasse einzusetzen.
Dies erfolgt in enger Zusammenarbeit mit der FPS-GB und der FN.
 |
|
| |
| |
 |
| |
|
Spelt is zeer gezond
Spelt, het oergraan uit de bronstijd, heeft eigenschappen waar
de meeste voedingsmiddelen het alleen maar om kunnen benijden:
Spelt is gezond, voor lichaam én geest, houdt fit, past in de
gastronomische tendens en is van nature een Eko graan,
vooropgesteld dat men wel de oude, echte soorten, spelt kiest.
Spelt is, zoals men vaak leest niet een tarwesoort, maar een
graan, wat de bakker vroeger gebruikte, voordat het hedendaagse
graan, tarwe, werd gekweekt.
Het bevat wel gluten maar deze zijn niet te vergelijken met
tarwegluten. Anders dan bij tarwe zitten de belangrijke
voedingsstoffen in spelt, ook in het meellichaam ofwel
bloemlichaam.
De voedingswaarde van tarwe bevindt zich hoofdzakelijk in de
kiem en de zemel (
zie afbeelding-1),
speltkorrel doorsnede ) die bij het malen voor het grootste
gedeelte uitgemalen en uitgezeefd worden. Het bloemlichaam van
tarwe bestaat voor het grootste gedeelte uit gluten. De
vitaminen en mineralen zijn door het doorfokken met andere
prioriteiten dan gezondheid, bijna volledig verdwenen uit
tarwebloem. Daarom ook de noodzaak om als men tarwe eet,
volkoren tarweproducten te kiezen hoewel de grove delen in
volkorenmeel niet altijd even gezond, en zelfs beschadigend
kunnen zijn voor de darmwand.
Bij spelt, helemaal bij biologische spelt, blijven de
voedingsstoffen tijdens het maalproces wel behouden.
Omdat het bloemlichaam van spelt niet alleen maar gluten bevat,
en de gluten die het bevat van een andere samenstelling zijn dan
die in tarwe, is spelt, en producten gemaakt van spelt-bloem of
spelt-meel, veel makkelijker te verteren, en deeg van speltmeel
veel lichter met de hand te kneden dan tarwe.
Daarom is spelt zeer gezond.
Een ander belangrijk aspect is dat spelt niet de schadelijke
lectinen bevat die in andere graansoorten, met name tarwe,
zitten.
Een nadelig aspect van normale bloem of meel is dat het in het
lichaam de aanwezigheid van insuline simuleert wat een onterecht
effect heeft op de bloedsuikerspiegel en de navenante
hormoonprocessen.
Als men bedenkt dat zolang er zich insuline in het bloed bevindt
het lichaam eenvoudigweg geen vet kán verbranden, kunt u zich
voorstellen waarom tarwe in verband gebracht wordt met onder
andere overgewicht en suikerziekte, en de navenante ziekten,
gevolgen en symptomen.
En zo ook de reden waarom iedereen eigenlijk tarwe zoveel
mogelijk zou moeten mijden en over zou moeten stappen op spelt.
Toen wij 7 jaar geleden begonnen met onderzoek naar spelt konden
we dat eigenlijk alleen maar vinden in de diervoeder industrie.
De koeien en kalveren zijn al jaren geleden weer overgestapt op
spelt. Het meel dat wij mensen eten is feitelijk niet geschikt
voor dierlijke consumptie. Het vee krijgt er koliek, diaree en
andere ontstekingen van en de productie opbrengst loopt
achteruit.
Let op! In Nederland of België gemalen speltmeel kan delen of
sporen van tarwe kan bevatten.
Voor mensen met een tarwevrij dieet kan dit onopgemerkt, op
korte- of lange termijn ernstige gevolgen hebben.
Hoewel we het erg leuk vinden dat windmolens weer in opmars zijn
en spelt na jarenlang promoten steeds populairder wordt, moeten
wij waarschuwen voor molens waar ook tarwe wordt gemalen. De
molensteen van authentieke windmolens kan niet gereinigd worden
en als na het malen van tarwe, spelt wordt vermalen is dit niet
zuiver en bevat dan een deel tarwe. Dit valt tot op heden
moeilijk te controleren (lees
verder over dit probleem)
vandaar dat wij onze spelt uit Zuid Duitsland halen, bij een
moderne molen die schoon gemaakt kan worden.
Afbeelding-1
1 - Zemelen, zemellagen, 2 - Aleurone laag, 3 - Endosperm, 4 -
Kiem, 5 - Borstel
Bron van voedingswaarden Spelt
Spelt is niet alleen een van eiwitrijkste graansoorten, maar
bevat ook vele vitaminen ( E, B groep, Foliumzuur, Niacine ) en
mineralen, vooral ijzer, magnesium, fosfor. Wat de geestelijke
gezondheid betreft, men weet hedentendagen, dat spelt zes van de
acht essentiële aminozuren bevat, die in het lichaam de
productie van hormonen activeert die onmisbaar zijn om zich
gelukkig en blij te kunnen voelen. Een belangrijke spelt_plus
zijn haar «goede» vetten. Het energierijke koren bevat
hoogwaardige onverzadigde vetzuren - en géén cholesterine.
Daarmee reinigt Spelt de bloedvaten en voormindert de kans op
een hartinfarct. Haar essentiële vetzuren zijn levensbelangrijke
bouwstoffen voor de celwanden en zenuwen.
Spelt is de enige graansoort, welke in het lichaam neutraal
werkt, aldus noch zuur noch basisch. Wij bieden in ons
assortiment diverse speltsoorten aan: Speltbloem, Speltrijst,
Speltgries en Speltzemelen. enz. enz.
©04-07-2000-voedingswaar.nl
Spelt is zeer gezond
Naast speltbrood en speltmuffins is speltmeel ook heerlijk in
soepen en sauzen maar ook te gebruiken voor bijvoorbeeld
pannenkoeken. Pasta gemaakt van spelt is zeer gezond. Brood
van speltmeel is bovendien een goed alternatief voor een
gewoon tarwebrood.
Spelt is een minder bekend graangewas met een opvallend lange
en slanke aar. Het is een oude soort graan die niet zo
makkelijk kan worden verbouwd als tarwe. Uit het instituut
voor prehistorische geschiedenis te Keulen wordt bericht dat
het verbouwen van spelt reeds in de late steentijd, rond 2500
jaar voor Christus, een grote bloei kende. Honderd jaar
geleden was de totale speltproductie in de wereld 9 keer zo
groot als de tarweproductie.
In de afgelopen eeuw zijn er resistente tarwerassen gekweekt
die geschikt zijn om als "monocultures" op grote percelen te
worden verbouwd en bestand zijn tegen chemische
"gewasbeschermingsmiddelen" en ook nog gedijen op uitgeputte
grond welke met kunstmest is behandeld. Niet snel worden plat
geslagen door regenbuien en die tenslotte machinaal kunnen
worden geoogst. Doel van dit alles: een zo groot mogelijk
economisch rendement.
Spelt mist alle technische "verbeteringen" die op tarwe zijn
toegepast en bevindt zich nog in de oervorm.
Het gedijt niet op met kunstmest behandelde grond, heeft een
vrij lange, slappe en dunne stengel vergeleken met tarwe,
zodat het bij een zware regenbui snel plat gaat liggen en mede
daardoor niet met machines geoogst kan worden.
Speltkorrels zijn vrij lang en smal en zitten stevig ingepakt
in verschillende vliezen. De stevige omhulling van de
speltkorrel heeft als voordeel dat het ontsmetten van het
zaaizaad met chemische middelen. zoals bij tarwezaad niet
nodig is en dat spelt minder door ziekten wordt aangepast,
zodat chemische gewasbestrijdingsmiddelen niet nodig zijn. Ook
bevat het meer vitamines en mineralen dan andere graansoorten.
Spelt is naast gezond voor mens en milieu vooral erg lekker !
Brood van speltmeel is bovendien een goed alternatief voor een
gewoon tarwebrood. ©www.voedingswaar.nl 2000
Meer dan superieure smaak
Spelt is meer dan enkel een voedzaam product. Dit volkoren meel
is het perfecte antwoord voor die mensen die goede en smakelijke
volkoren producten willen eten. De organische, ongebleekte
speltbloem is dezelfde graansoort met de meeste van de zemelen
(vezels) verwijderd, en niets toegevoegd.
Zeer oude graansoort die appelleert aan de moderne gezonde
voeding
Niet te verwarren met haver of tarwe, spelt is een lid van
dezelfde graanfamilie maar is een volledig andere soort. Het is
één van originele zeven granen die in de Bijbel wordt vermeld.
Dit 9000 jaar oude graan kwam voor in "De Vruchtbare Halve Maan"
ofwel Mesopotamië, en vond in de loop van de eeuwen zijn weg
door heel Europa waar het voor honderden jaren een zeer
populaire graansoort bleef. In het Duits is het is hun geliefde
"Dinkel" en wordt nu nog steeds in een grote verscheidenheid van
voedsel en dranken gevonden, van brood tot bier. Italianen
noemen het "Farro" en daar wordt het gebruikt voor
gastronomische soepen, pizzabodems, broden en cakes.
De delicate kern is het geheim
Het geheim van speltz' milde aroma en superieure prestaties kan
worden toegeschreven aan de taaie buitenschil die de speltkern
beschermt. In tegenstelling tot zachte tarwe welke zijn schil
wanneer geoogst verliest, moet spelt graan worden vervoerd naar
een speciaal verwerkingscentrum om het graan te reinigen en te
ontdoen van zijn buitenste harde laag. Men gelooft dat de
ondoordringbare buitenschil verantwoordelijk is voor de
ontwikkeling van de delicate, in water oplosbare kern. Het
beschermt de korrel ook tegen verontreinigende stoffen en de
insecten en verbetert het behoud van de voedingswaarden in de
kern en verbetert versheid.
De voedingswaarde
Het unieke van spelt wordt ook afgeleid uit zijn genetische
constructie en voedingwaarde profiel. Spelt heeft een hoge
wateroplosbaarheid, zodat de voedingsstoffen gemakkelijk worden
geabsorbeerd door het lichaam. Spelt bevat speciale koolhydraten
die een belangrijke factor zijn bij het stollen van het bloed en
het immuunsysteem stimuleren. Het is ook een buitengewone bron
van vezels en heeft groot gehalte aan B-complexe vitaminen. Het
totale eiwitgehalte is van 10 tot 25% groter dan de algemeen
voorkomende variëteiten van commerciële tarwe.
Wij zijn er zeker van dat u ook de goede eigenschappen van spelt
zult waarderen zodra u onze producten heeft geprobeerd.
Speltmeelzak
Nu in de 21 eeuw worden er weer steeds meer soorten spelt
verbouwt.
-
Spelt soorten:
Bauländer Spelz, stamt af van een selectie uit Landsorten,
bevat harde kleefstoffen en heeft goede bakeigenschappen.
Schwabenkorn, stamt af van een selectie uit Tiroler Spelz,
bevat zachte kleefstoffen en heeft minder goede
bakeigenschappen.
Oberkulmer Rotkorn, stamt af van een selectie uit Landrassen,
bevat zachte kleefstoffen, heeft minder goede bakeigenschappen
met een wat minder stevig deeg.
Roquin, stamt af van een selectie uit Lingnee24 (Altgold) en
Ardenner, bevat harde kleefstoffen, geeft een goed deeg met
goede bakeigenschappen.
Frankenkorn, stamt af van een selectie uit Roquin (Altgold) en
Altgold, bevat harde kleefstoffen, geeft een stevig deeg met
goede bakeigenschappen.
Holstenkorn, stamt af van een selectie uit Steiners Roter
Tiroler en Bauländer Spelz, bevat harde kleefstoffen, geeft
ook een stevig deeg met goede bakeigenschappen.
De bakker zou altijd met zijn leverancier er over moeten
spreken, welke speltsoorten te leveren. De precieze overeenkomst
van de baktechnische eigenschappen van het geleverde speltmeel
in het bijzonder met kijk op de kleefconsistentie zouden moeten
worden bepaald.
Andere toegelaten soorten zijn: Ostro, Schwabenspelz, Steiners
roter Tiroler en Grünkern (Bauländer Spelz). In de afgelopen
eeuw zijn er resistente tarwerassen gekweekt die geschikt zijn
om als "monocultures" op grote percelen te worden verbouwd en
bestand zijn tegen chemische "gewasbeschermingsmiddelen" en ook
nog gedijen op uitgeputte grond welke met kunstmest is
behandeld. Niet snel worden plat geslagen door regenbuien en die
tenslotte machinaal kunnen worden geoogst. Doel van dit alles:
een zo groot mogelijk economisch rendement.
Met speltgebak is in de laatste jaren ook in de bakkerijen een
interessant nieuw aanbod ontstaan. Steeds meer ondernemingen
bieden, vandaag de dag in het bijzonder ecologisch kwaliteits
banket van of met spelt aan.
In principe is spelt goed geschikt voor de productie van brood
en banket. Het hoge kleefgehalte van spelt, ook met matig
intensieve cultuur aanbouw, is in principe zelfs geschikt een
hiaat in het aanbod van graangrondstoffen te sluiten bij gebruik
in de eko bakkerijen. Traditioneel werd spelt vaak gebruikt als
"mixmeel".
Met de hervonden verscheidenheid aan speltsoorten en enkele
aanpassingen in het bereidings en bakproces, kan er tegenwoordig
weer 100% spelt gebruikt worden voor het hele scala aan
bakkerijproducten.
Spelt is naast gezond voor mens en milieu vooral erg lekker !
Brood van speltmeel is bovendien een goed alternatief voor een
gewoon tarwebrood.
klik hier om verder te lezen over spelt
|
|
|